Vooronderstellingen

 

Hoe je gedrag ook kunt bekijken

In NLP leer je anders denken. Want door anders te denken ga je anders doen.

Als ik blijf kijken
zoals ik altijd heb gekeken
blijf ik denken
zoals ik altijd dacht
Als ik blijf denken
zoals ik altijd heb gedacht
blijf ik geloven
zoals ik altijd heb geloofd.
Als ik blijf geloven
zoals ik altijd heb geloofd
blijf ik doen
zoals ik altijd heb gedaan
Als ik blijf doen
zoals ik altijd heb gedaan
blijft mij overkomen
wat mij altijd overkwam
Maar als ik mijn ogen sluit
en voel mijn ware zelf van binnen
Dan kom ik deze cirkel uit
en kan ik steeds opnieuw beginnen.

Vooronderstellingen zijn aannames/overtuigingen waarvan gebleken is dat ze nuttig, zinvol en effectief zijn in de communicatie. Vooronderstellingen zijn niet per definitie waarheden. Ze werken zeer krachtig in zowel onze benadering van anderen als naar onszelf toe.
Vooronderstellingen helpen je onbevooroordeeld waar te nemen, jezelf én de ander vanuit een ander perspectief te zien. Veel meer te leven in het nu en te accepteren dat wat er is.

1.De kaart is niet het gebied

Wij hebben als mensen onze eigen, unieke manier van omgaan met dat wat we waarnemen. Ons onbewuste kan 4,2 miljoen prikkels waarnemen en ons bewuste 5 tot 9 eenheden! Dus er gaat onderweg nogal wat verloren.

Wat we waarnemen wordt o.a. bepaald door onze zintuigen: zien, horen, voelen, ruiken en proeven. Meestal hebben we 1 tot 2 voorkeuren. Daarom zien of horen we dingen niet die anderen wel hebben gehoord of gezien. Ook onze overtuigingen en wat we wel en niet belangrijk vinden, filteren onze waarnemingen. Zien we juist de verschillen of de overeenkomsten. Waar letten we op en waarop niet? Wat kennen we al en wat niet – als we iets niet kennen, nemen we dit vaak helemaal niet waar. Als je bijvoorbeeld op zoek bent naar een nieuwe auto en je vindt een paar modellen leuk, dan zie je ze ineens overal. Al deze auto’s waren er natuurlijk al, alleen had je ze nog niet opgemerkt. Al deze facetten (en er zijn er nog veel meer: in NLP de metaprogramma’s genoemd) bepalen wat je wel en niet waarneemt. Dit komt meestal niet overeen met de werkelijkheid: het gebied. Als je je dit realiseert, sta je altijd open voor andere meningen en overtuigingen zonder oordeel – want geen enkele bevat DE WAARHEID. Wel kun je al die waarheden toevoegen aan je eigen waarheid, zodat je een groter gebied beslaat, waardoor je ook meer keuzemogelijkheden voor jezelf creëert.

2.Het effect van je communicatie is de reactie die je krijgt, onafhankelijk van je bedoeling.


Deze vooronderstelling betekent: als de reactie, die je krijgt, niet dat is wat je verwacht, wees dan flexibel en verander je boodschap, zodat je wél de reactie krijgt die je verwacht. Vaak zeggen we: je begrijpt me niet, ik bedoelde het niet zo, of je vindt het vervelend dat mensen niet doen wat je zegt. En je kunt natuurlijk blijven zeggen dat niemand je begrijpt of niet doet wat je zegt, maar daarmee los je het probleem niet op. Als je telkens hetzelfde blijft zeggen en er verandert niets dan zit er maar 1 ding op: het anders zeggen. Het is belangrijk dat je zelf de verantwoordelijkheid neemt voor je eigen communicatie.

3.Er is geen mislukking, enkel feedback


Je kunt drie keer vallen, zo lang je maar vier keer opstaat
Falen bestaat niet, er is alleen feedback. Als je hiervan uitgaat is ‘fouten maken’ niet meer destructief of een mislukking, maar dan geven ‘fouten’ je de mogelijkheid om te leren. Je kunt het vergelijken met een kindje dat leert lopen. Voordat een kind kan lopen, valt het diverse keren om. Er is echter geen enkele ouder die eraan twijfelt dát zijn kind leert lopen. De ouder pakt het kind op, troost het en stimuleert het om het nog eens te proberen. Het vallen is een onderdeel van het leerproces. Wanneer is in ons leven vallen ‘falen’ geworden? Onze maatschappij doet ook een duit in het zakje: we hebben op school ‘2 fout’ in plaats van ‘8 goed’. Dus ook iemand die feedback geeft, kan uitgaan van de vooronderstelling ‘falen bestaat niet, er is alleen feedback’. Falen bestaat alleen als je het kunt ervaren als een 'ervaring die niet tot het gewenste resultaat heeft geleid' en dat je gemakkelijk in staat bent een andere keuze te maken waarmee je beter je doel kunt bereiken én wanneer je jezelf door dit ‘falen’ niet als een totale mislukkeling beschouwt.
Omdat falen in onze maatschappij gelijk staat aan mislukken hebben we angst gekregen om te falen en angst gekregen om fouten te maken. Want meestal als je een fout maakt, krijg je op je kop. En dat is jammer, want zo ontstaat faalangst met alle gevolgen van dien. En daardoor zijn we bang geworden om fouten te maken. Terwijl je juist van je fouten kan leren! Durf dus weer fouten te maken om te leren en te ervaren. En kijk ook eens naar je 'fouten' uit het verleden. Kijk eens voorbij de fout en zie, voel en ervaar wat je juist geleerd hebt van deze situatie. Hoe ben je er sterker en beter door geworden? En kijk ook zo naar anderen. Als je een ander op een 'fout' betrapt ga dan samen na hoe je hiervan kan leren. Zo kom je meer in je kracht.

4.Je beschikt over alle hulpbronnen die je nodig hebt om je doelen te realiseren


Mensen beschikken over een groot aantal hulpbronnen. Bewust maar ook onbewust. Bewust zijn je kwaliteiten en vaardigheden, je talenten, datgene waar je goed in bent en die je ook van jezelf weet. Je hebt ook veel hulpbronnen die onbewust zijn, deze zijn aanwezig of het talent is voor jou zo gewoon dat je het niet eens meer opmerkt. Wat ook vaak gebeurt, is dat je de kwaliteiten in 1 situatie wel tot je beschikking hebt, maar in een andere situatie heb je deze niet tot je beschikking. Bijvoorbeeld, je kunt je heel goed verwoorden in een kleine groep, maar voor een grote groep klap je dicht. In je favoriete sport of hobby ben je heel creatief, zelfverzekerd en kun je gemakkelijk problemen oplossen maar op je werk met die lastige collega of die lastige klus lukt dit niet.

5.Elk gedrag heeft een positieve intentie, tenminste voor de persoon zelf

Bij deze vooronderstelling is het heel belangrijk om onderscheid te maken tussen de persoon en het gedrag dat een persoon laat zien én het onderscheid tussen intentie en het gedrag. Wat bedoel ik hiermee:

Onderscheid tussen persoon en gedrag

Wat iemand doet betekent niet dat iemand altijd en overal ook zo is. Dit is ook een belangrijke regel bij het geven van feedback. Je geeft feedback op het gedrag in een bepaalde situatie en niet op de hele persoon altijd en overal. Ik ga ervan uit dat je als persoon in zijn geheel oké bent. Maar dat je soms dingen doet die niet handig of effectief zijn, gedrag dat tegen de gangbare regels ingaat of gedrag vertoont wat andere mensen kan kwetsen. Het is ook heel belangrijk – vooral bij kinderen – dat je niet zegt ‘wat ben jij dom’ of ‘wat ben jij vervelend’ maar dat je zegt: wat doe jij dom of wat doe jij vervelend. Want dan spreek je het gedrag aan maar niet de persoon als geheel. Wat je eigenlijk zegt is: jij bent oké, je bent lief alleen nu doe je heel stout of vervelend. Hiermee voorkom je veel weerstand. En omdat je onderliggende boodschap is dat de ander wel oké is, geef je de ander ook meer (zelf)vertrouwen en waardering.

Onderscheid tussen intentie en gedrag

Het gedrag van iemand kan heel negatief en destructief zijn voor zichzelf en/of zijn omgeving. De intentie die het gedrag stuurt, is echter positief. Intentie betekent, dat iets belangrijk voor je is en waardevol. Elk gedrag levert de persoon hoe dan ook iets op. Anders zou hij/zij dit gedrag niet vertonen. Kinderen willen aandacht, goedschiks of kwaadschiks. De intentie achter het gedrag is lang niet altijd duidelijk en ligt vaak in het onderbewuste. En juist omdat deze in het onderbewuste zit kan gedrag voor problemen zorgen. Want zodra iemand weet dat hij eigenlijk aandacht wil, kan de persoon gedrag ontwikkelen waarmee hij ook aandacht krijgt.

Een ander voorbeeld. Je kind is zoek. En als je je kind dan eindelijk terugvindt reageer je heel boos en zegt iets als: "Waarom loop je nu weg ik heb al zo vaak gezegd dat je bij ons in de buurt moet blijven!" Je gedrag is boos, maar eigenlijk komt die boosheid voort omdat je heel ongerust bent geweest en je zorgen hebt gemaakt. Bovendien wil je je kind natuurlijk niet kwijt want je houdt van je kind en je wilt dit niet nog eens meemaken. Je zou ook vanuit die intentie kunnen reageren. Dat je je kind laat blijken dat je blij bent dat hij weer terug is, dat je je heel veel zorgen hebt gemaakt en dan je kind op zijn gedrag wijzen. Ook dan is het de kunst om eerst de positieve intentie van het kind te waarderen. Je kind is bijvoorbeeld heel nieuwsgierig, ondernemend en wil graag op ontdekking uit. Dat zou je kunnen waarderen, maar je kunt je kind wel aanspreken dat de manier waarop hij dit heeft gedaan niet zo handig is en zelfs heel onplezierig voor jou. En zo kun je samen naar een oplossing zoeken, waarbij het kind zijn behoefte aan ontdekking en nieuwsgierigheid kan bevredigen zonder dat jij je zorgen hoeft te maken. Deze techniek staat heel mooi beschreven in het boek ‘luisteren naar kinderen’ van Thomas Gordon. Als je wilt leren onderhandelen vanuit belangrijke waarden, behoeftes en intenties – of je nu met volwassen werkt of met kinderen – is dit boek heel waardevol.

Ontdek de intentie, de behoefte en de waarde achter het gedrag

Zoek in de communicatie en vooral bij conflicten en irritatie naar de intentie achter het gedrag en je zult merken dat je tot hele creatieve oplossingen komt, je je minder ergert, minder snel boos wordt en anderen meer gaat waarderen en minder veroordeelt.

6. Mensen maken de beste keuzes die op dat moment voor hun beschikbaar is.

Achteraf is het makkelijk te zeggen: als ik dat had geweten dan had ik een andere keuze gemaakt. Niemand maakt bewust de verkeerde keuze. Daarom kun je alleen de beste keuze maken voor dat moment. En dan is er een directe koppeling met de vooronderstellingen: falen bestaat niet – er is alleen feedback en achter elk gedrag zit een positieve intentie. Daarbij is het goed je te realiseren dat geen keuze maken ook een keuze is.

Zorg voor 3 alternatieven
Om echt keuze te hebben is het belangrijk om 3 alternatieven te formuleren. Want keuze uit 1 is geen keuze. Keuze uit 2 is een dilemma en in het ergste geval is het dan een keuze uit 2 kwaden. Pas bij 3 alternatieven heb je werkelijk keuze.
Hoe draagt je keuze bij tot jouw geluk?
Bij het maken van een keuze is het handig als je bedenkt wat je diep in je hart het liefst wilt bereiken - onafhankelijk van de mening van anderen. En van daaruit kun je kijken welke keuze het beste daarbij past. Wat ook helpt, is te bedenken hoe belangrijk iets voor je is en in hoeverre de keuze bijdraagt aan jouw geluk.
Een andere leuke vraag bij het maken van keuzes is: wat gebeurt er als ik niets zou doen (dus geen keuze maken). Of wat is het ergste dat kan gebeuren als ik dit wel of niet doe.


Er is altijd een andere keuze


Het is altijd mogelijk een andere keuze te maken. We zitten vaak vast omdat we denken geen keuze te hebben. Problemen zijn een product van het denken, niet van de realiteit (citaat van John Weeler). Vaak zitten we vast omdat we maar op 1 manier naar de situatie kijken. Als je leert de situatie op een andere manier te bekijken, zijn er vaak meerdere oplossingen en keuzemogelijkheden beschikbaar. Dus als je denkt vast te zitten, weet dan dat er ook altijd een uitweg is, dat er keuzes mogelijk zijn die je nu nog niet ziet. Om helder te kunnen zien, hoef je vaak alleen van perspectief te veranderen. Ook voor dit soort situaties is het leuk om de logische niveaus te doen alleen dan vertrek je vanuit het probleem.
Door deze oefening te doen, krijg je inzicht in je probleem én ontdek je wat de positieve intentie van het probleem is. Want hoe gek het ook klinkt, problemen leveren niet alleen narigheid op, ze brengen je ook wat. Alleen is dat laatste niet altijd duidelijk. En door deze oefening met de logische niveaus te doen ontdek je jouw positieve intentie van het probleem. En als je dat (vaak verrassende antwoord) weet is het veel gemakkelijker nieuwe of andere keuzes te maken.
We zetten ons soms ook vast omdat we denken dat we nu de juiste keuze moeten maken en geen fouten mogen maken. Of we worden belemmerd door uitspraken als ‘Wie A zegt moet ook B zeggen’. Je kunt jezelf afvragen: wie zegt dat eigenlijk en is het ook altijd zo? En wat zou er gebeuren als ik geen B zou zeggen.
Wanneer een probleem je pad kruist, verander dan je richting maar niet je bestemming.
(Bron: dagelijkse gedachte)

7.Who’s driving your car?

Wie zit er aan het stuur van jouw leven? Overkomt het leven jou en voel je je vaak slachtoffer van de omstandigheden of geloof je dat je zelf de schepper van je leven bent. Dit thema wordt in NLP ook wel het ‘cause and effect’ thema genoemd (oorzaak en gevolg). Aan welke kant sta jij? Geloof je dat jouw leven een gevolg is van wat anderen beslissen of geloof je dat jezelf de oorzaak bent van hoe je leeft? Je hebt zelf de keuze. Who’s driving?

Dit zijn enkele vooronderstellingen, NLP kent tientallen vooronderstellingen.

whosdriving600x400